Spelmagazijn > Nederlands > Menu > Spelbeschrijvingen > Ursuppe

Titel (5K) Spelbeschrijvingen

MenuUpdateEmailInfo

 

Titel: Ursuppe
Ontwerp:
Doris Matthšus & Frank Nestel
Producent:
Doris & Frank
Aantal spelers: 3 tot 4 (en met de uitbreiding tot 6)

Ursuppe

(8K)

Spelmateriaal:
De speelstukken zien er verzorgd uit, het bord valt een beetje tegen. Voor elke speler zijn 7 amoebes (houten schijfjes met een rechtopstaand staafje) en 1 score-steen. 220 houten blokjes vormen de voedingsstoffen, verder zijn er 36 bio-punten (houten schijfjes in 2 formaten), 28 schade-punten (houten kralen), 30 genen-kaarten, 11 milieu-kaarten, 2 dobbelstenen en voor elke speler een samenvatting van de regels/genen.

Het doel: In het begin der tijden, vormden de amoebes de enige levensvorm, proberend te zwemmen in de grote oersoep. Iedere speler probeert zijn amoebe-stam te laten groeien. Door het ontwikkelen van diverse eigenschappen in hun genen, kunnen de amoebes zich onderscheiden van de rest en hun kansen op overleving vergroten. Eten of gegeten worden. Degene die ondertussen met zijn score-steen het verst is opgerukt op de graadmeter, wint uiteindelijk het spel.

(7K)

gen - aggressie

De spelfases: Het spel doorloopt een aantal fases die in volgorde worden afgewerkt. In elke fase zijn alle spelers aan de beurt. Er wordt gespeeld in volgorde van de stand op de score-graadmeter. Daarbij is de koploper in het voordeel en mag in de meeste fases als eerste. In de bewegingsfase mag de koploper als laatste, zodat hij eventueel kan anticiperen op de bewegingen van de anderen.

  1. Bewegen en eten
    De milieu-kaart in het midden van het bord geeft de stroomrichting van de oersoep aan. Alle amoebes drijven mee in die richting, tenzij een hindernis hen tegenhoudt. Ten koste van 1 bio-punt, mag een amoebe proberen in een andere richting te zwemmen. De dobbelsteen geeft aan in welke richting. Door het ontwikkelen van genen, kunnen amoebes bijvoorbeeld met 2 dobbelstenen gooien, op hun plaats blijven plakken, 2 keer verplaatsen, of zelfs gratis verplaatsen. Vervolgens moeten de amoebes eten. Ze eten gekleurde voedingsstoffen die op het bord liggen en die niet van hun eigen kleur zijn. Vervolgens doen ze hun natuurlijke behoefte en laten 2 voedingsblokjes in hun eigen kleur achter. Wanneer een amoebe niet (voldoende) kan eten, loopt hij schade op (er komt een kraal over het staafje van de amoebe).

  2. Het milieu
    Er wordt een nieuwe milieu-kaart omgedraaid. Deze bepaalt de nieuwe stroomrichting van de oersoep en geeft tevens de dikte van de ozonlaag aan. Hoe dunner de laag, des te meer genen kunnen worden beschadigd. Amoebes raken op die manier weer eigenschappen kwijt of kunnen de schade afkopen met bio-punten.

  3. Nieuwe genen
    Met behulp van bio-punten kunnen de spelers nieuwe genen 'kopen'. Van elke gen zijn er maar een beperkt aantal en sommige kunnen alleen 'gekocht' worden tegen inlevering van bepaalde andere genen. In dat geval is de nieuwe gen een uitbreiding van de oude gen. De oude gen komt dan weer beschikbaar voor andere amoebes.

  4. Celdeling
    Elke speler ontvangt nieuwe bio-punten en kan deze gebruiken om de amoebes te laten vermenigvuldigen. Aangrenzend aan eigen amoebes kunnen dan nieuwe amoebes in de oersoep ontstaan. Door ontwikkeling van een gen, kan dat zelfs op een willekeurige plaats in de oersoep gebeuren.

  5. Sterven
    Alle amoebes die 2 of meer schade-punten hebben sterven af en vervallen tot 2 voedingsstoffen per kleur. Door ontwikkeling van een gen, kan de levensverwachting worden vergroot naar 3 schade-punten.

  6. Punten scoren
    Tot slot worden de nieuwe scores geteld en op de graadmeter weergegeven. Er worden punten gescoord voor het aantal aanwezige amoebes en het aantal genen. Op elk vakje van de graadmeter mag maar 1 score-steen staan, dus bezette vakjes worden niet meegeteld (zo kun je dus ineens wat extra vakjes verder komen). Als nog geen enkele score-steen de eindzone heeft bereikt en er zijn nog milieu-kaarten beschikbaar, dan wordt er verder gegaan met fase 1.

(5K)

gen - snelheid

De genen: Elke gen heeft een prijs en een waarde. De prijs geeft aan hoeveel bio-punten het kost om het gen te 'kopen'. Het gen is dan direct van toepassing op alle amoebes. De waarde is belangrijk voor de ozonlaag. Als de som van alle waardes hoger is dan de dikte van de ozonlaag, moeten er bio-punten worden betaald of er moeten genen worden ingeleverd. Een speciale gen biedt extra bescherming tegen de straling. De goedkoopste gen is Intelligentie, maar die heeft geen werking in de oersoep. Hij is alleen van belang voor de score. De overige genen zijn ruwweg in 5 groepen te verdelen:

  1. Beweging
    Deze genen beÔnvloeden de beweging in de oersoep. De amoebes kunnen bijvoorbeeld sneller of goedkoper verplaatsen. Daarnaast kunnen ze bijvoorbeeld blijven plakken op hun plaats of aan een passerende amoebe. Verder bestaat de mogelijkheid de geboorte van nieuwe amoebes op willekeurige plekken te laten plaatsvinden.

  2. Voedsel
    Het aantal voedingsstoffen dat een amoebe nodig heeft, kan door middel van genen worden gewijzigd. Ook bestaat de mogelijkheid om voedingsstoffen tijdens het verplaatsen mee te nemen of te parasiteren op bio-punten van andere amoebes.

  3. Leven
    De kosten van celdeling kunnen omlaag worden gebracht en de levensduur van de amoebes kan worden vergroot. Dit zijn volgens mij de belangrijkste genen om veel punten te scoren.

  4. Verdediging
    Er zijn diverse mogelijkheden om aggresieve amoebes te weerstaan. Je kunt vluchten of proberen je te verdedigen. Natuurlijk kun je je ook voorzien van een pantsering. Zolang er echter geen aggressieve amoebes zijn, heb je hier nog niet veel aan, maar wees er op beducht dat je niet ineens te laat bent !

  5. Aanval
    Om te voorkomen dat je zelf verhongert, kun je andere amoebes gaan eten, maar uiteraard kun je ze ook voor de lol aanvallen, als je aggressief wordt. Dit laatste zal je niet zoveel punten opleveren, maar gaat zeker ten koste van de score van je tegenstanders !

(6K)

gen - vastklampen

Specials: Door combinaties van genen te gebruiken kun je leuke voordelen halen. Een voorbeeld: Snelheid + Stroomlijn + Beweging II maakt van een amoebe een heel wendbaar beestje. Niet alleen kan hij 2 maal per beurt verplaatsen, maar het kost ook nog eens geen bio-punten en de richting is geheel naar keuze. Gecombineerd met Vlucht ben je ook nog eens veilig voor aggressievelingen.

Einde: Het spel is ten einde, zodra iemand de eindzone van de score-graadmeter bereikt of als er geen milieu-kaarten meer zijn. Degene die dan het verste is op de score-graadmeter heeft het spel gewonnen.


Waardering: Toen ik het spel in Essen (1997) zag, trok het me niet echt aan: een aantal houten blokjes op een simpel blauw bord. Door de vele goede recensies die ik daarna heb gelezen, begreep ik dat er veel meer in zat. Na het lezen van de regels ben ik dan ook erg enthousiast geworden en kan er niet op wachten om het binnenkort te gaan spelen. De geinige tekeningen op de genen-kaarten maken het alleen nog maar leuker. Het spel blijkt inderdaad een verrassing om te spelen. Door snoepen en poepen verandert de beschikbare hoeveelheid voeding in de oersoep en krijgen de amoebes problemen. Deze kun je oplossen door een andere kant op te zwemmen, wat afhankelijk is van de dobbelsteen, andere voedingsmethodes te zoeken, andere amoebes op te eten of gewoon nieuwe amoebes te blijven fokken. De hoeveelheid amoebes op het bord is erg belangrijk voor je score, maar de genen zijn daar een belangrijke voorwaarde voor. Maar pas op dat de ozonlaag niet onverwacht te dun wordt, want dat kan je je voorsprong kosten. In het begin van het spel gaat iedereen een beetje gelijk op. Degene die mag beginnen is misschien een klein beetje in het voordeel. De dobbelsteen bepaalt in het begin van het spel dus een groot deel van het verloop. In het middenspel begint iedereen meer invloed te krijgen, maar pas op. Ineens is het eindspel begonnen en kijk je tegen een onoverbrugbare achterstand aan. De verschillende fases in een spelbeurt maken het een afwisselend spel. Eerst het verplaatsen, snoepen en poepen, wat een hoop geschuif met blokjes is. Dan de genen en de ozonlaag. Vervolgens het fokken en sterven, waarna de punten alweer geteld worden. Kortom, een spel wat regelmatig eens uit de kast getrokken zal worden, maar niet iedere week op het menu zal staan. Interessant.

Strategie: Op diverse sites worden tips gegeven. Heel vaak kom je daar tegen dat "Movement I" een heel belangrijk gen is. Dat is mij echter niet gebleken. Veel interessanter bleek "Substitution" en "Life Expectancy". "Spores" werd tijdelijk gebruikt en bij een ozon-probleem weer gedumpt. De agressieve genen kwamen te laat in het spel, zodat hun invloed gering was. Misschien dat ik er na meerdere spellen wat meer over kan zeggen.

Opmerking: Ook een amoebe-stam die geen enkele amoebe meer in de soep heeft, speelt gewoon door. Nieuwe amoebes volgen spoedig en deze hebben alle bestaande genen nog. Deze regel is om begrijpelijke speltechnische redenen toegevoegd. Verder zitten er bij het spel enkele blanco-kaarten waarop je je eigen genen kunt ontwerpen. Er zijn al diverse ideeŽn te vinden op het internet. Het zal niet makkelijk zijn om een goed gebalanceerde te verzinnen.
Ursuppe speelt het leukst met 4 spelers. Met 3 spelers bevalt het spel me een stuk minder. Ik kijk dan ook erg uit naar de uitbreiding voor 5 en 6 spelers en de daarin aanwezige nieuwe genen !

Links:

Spelmagazijnby Ronald Hoekstra - 1999