Spelmagazijn > Nederlands > Menu > Spelbeschrijvingen > Big City

   Spelbeschrijving

Titel: Big City
Ontwerp: Franz-Benno Delonge
Tekeningen: Franz Vohwinkel
Producent: Goldsieber / 999 Games
Aantal spelers: 2 tot 5 spelers
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 45 tot 70 minuten
Taal: Duits, Nederlands

Big City

Spelmateriaal:
52 in plastic uitgevoerde gebouwen, 17 zilvergekleurde tramstellen, 8 stadswijken (die samen het spelbord vormen), 1 scorebord, 72 perceelkaarten, 5 scorepionnen, 5 spelersfiches en 5 overzichtsbladen.

 

Introductie: Big City weerspiegelt het ontstaan van een grote Amerikaanse stad. Met perceelkaarten maken de spelers aanspraak op bouwkavels, waarop allerlei soorten gebouwen kunnen worden neergezet. Daarmee zijn punten te verdienen, maar er moet wel aan de bouwvoorschriften worden voldaan. De speler die dit het beste aanpakt, haalt de meeste punten en wint het spel.


Voorbereiding: Elke speler krijgt een scorepion, een spelersfiche en een overzichtsblad. De 72 perceelkaarten worden per wijk gesorteerd (aangegeven op de achterzijde van de kaarten) en geschud. Elke speler krijgt van de eerste 5 wijken een perceelkaart. De resterende perceelkaarten worden per wijk afzonderlijk in gedekte stapeltjes op tafel gelegd. Woonwijk 1 wordt in het midden gelegd. Elke speler mag vervolgens een nieuwe woonwijk aansluiten op deze woonwijk.


 

achterzijde perceelkaart wijk 6 - perceelkaart wijk 6 - perceelkaart wijk 1 


Een spelbeurt: Als een speler aan de beurt is, kan hij een van de volgende mogelijke acties kiezen:


1. Een gebouw of voorziening plaatsen.

De perceelkaarten geven aan op welke plaatsen een speler mag bouwen. De verschillende gebouwen zijn aan verschillende eisen gebonden, alvorens zij gebouwd mogen worden. Afhankelijk van het gebouw en de locatie, scoort de speler punten. Percelen die nergens aan de buitenkant van de stad grenzen worden binnenstad genoemd. Kantoren leveren meer punten op, als ze geheel in de binnenstad liggen, terwijl woonwijken juist meer punten opleveren als ze aan de stadsrand grenzen. (Bij de definitie van binnenstad in de spelregels, worden de termen perceel en kavel door elkaar gebruikt, wat enigszins verwarrend werkt. Het bijgaande plaatje verduidelijkt echter alles.)

de lichtgekleurde percelen vormen de binnenstad, de overige percelen de stadsrand.
het vrije gebied in het midden geldt als deel van de binnenstad.

Aan het begin van het spel kunnen alleen kantoren en woonwijken worden gebouwd. Deze zijn 1, 2 of zelfs 3 percelen groot. Zodra er een raadhuis is gebouwd, mogen ook de andere speciale gebouwen worden gebouwd: banken, bioscopen, postkantoren, kerken, warenhuizen en ook de tramlijn en de voorzieningen. Het raadhuis geeft veel bonuspunten voor aangrenzende gebouwen, dus die wil je graag in de buurt hebben. Het bouwen zelf levert echter geen punten op. De kerken mogen alleen als laatste in een woonwijk gebouwd worden en nog wel op een perceel van 2 dezelfde cijfers. De warenhuizen stellen veel eisen aan de omgeving: ze moeten namelijk grenzen aan een kantoor, een woonwijk, een speciaal gebouw en een trambaan. De waarde is dan ook heel hoog en wordt niet benvloed door de omgeving.

Er zijn 4 speciale voorzieningen, te weten 2 parken en 2 fabrieken. Deze kunnen overal worden geplaatst en daarmee kun je dus percelen afdekken waar je geen kaartjes van hebt. De parken leveren bonuspunten op voor gebouwen die aangrenzend worden gebouwd, terwijl fabrieken juist strafpunten opleveren.

een fabriek en een park

2. De trambaan uitbreiden.
De eerste speler die dit doet, mag slechts n tram plaatsen. De overige spelers twee. Beide uiteinden van de trambaan mogen worden uitgebreid, maar de baan mag zich niet splitsen en ook niet op zichzelf aansluiten. De trambaan zelf levert geen punten op, maar aangrenzende gebouwen worden (meestal) het dubbele waard.
 
3. Een nieuwe wijk aanleggen.
Elke nieuwe wijk die wordt aangelegd moet met ten minste 2 percelen aansluiten op de bestaande stad. De geplaatste wijken vormen de stad.

een stadswijk

4. Kaarten ruilen.
Dit doe je als je kaarten onbruikbaar zijn geworden door geplaatste voorzieningen of als een trambaan je locatie doorkruist. De kaarten die je weglegt, komen weer onderop de stapel.
 
5. Passen.
Voor deze keuze zul je volgens mij niet zo gauw kiezen.

Aan het eind van je beurt mag je je kaarten aanvullen tot 5. Daarbij mag je per wijk maximaal 2 kaarten trekken.

Het einde: Als alle percelen van alle stadswijken zijn bebouwd of als twee ronden lang niemand iets heeft gebouwd, is het spel ten einde. De speler met de meeste punten is nu de winnaar.

 


Waardering: Ik kan niet anders zeggen dan dat dit een erg leuk spel is. Je moet je acties plannen, er komt wat geluk bij kijken, je hebt veel mogelijkheden, de regels zijn niet moeilijk, je kunt elkaar tegenwerken, het spel ziet er leuk uit... Het heeft eigenlijk alles in zich om een hit te worden. Verwacht er niet een hoogdravend strategisch spel van, maar ook geen simpel spelletje. Met twee spelers is het een vrij tactisch spel, terwijl het met meerdere spelers wat luchtiger wordt, omdat het veel moeilijker plannen wordt. Je zult je strategie dus aan moeten passen aan het aantal spelers. De indeling van de speldoos is echter niet ideaal. Er zitten 3 lagen plastic houders in, waar de gebouwen afzonderlijk in worden vastgeklemd. Het is een heel karwei om dat telkens weer te doen en al snel zul je deze plastic houders verwijderen. Nu ligt alles echter los in de doos, wat niet echt handig is. Het was makkelijker geweest als er gewoon een aantal grote vakken in hadden gezeten, waar je de gebouwen en kaartjes in kwijt kunt. Aanrader !

Opmerking Enrico: Door de definitie van stadsrand (tenminste n zijde grenst niet aan een ander perceel) is meestal een veel groter gebied aan te merken als stadsrand. Hierdoor zijn de woonblokken over het algemeen veel eerder op dan de kantorencomplexen.

 

Opmerking Spelmagazijn: Op de overzichtsbladen ontbreken de aantallen die van elk soort gebouw aanwezig zijn. Het zou handig geweest zijn, als die daar ook op vermeld zouden worden (en niet alleen in de spelregels).

Elke speler krijgt aan het begin van het spel een $100 fiche. Volgens de spelregels wordt hier verder niets mee gedaan. Waarschijnlijk gebruik je dat om aan te geven welke kleur je bent. Het lijkt mij echter ook nuttig om te gebruiken als je op het scorebord 100 punten bereikt. In dat geval begin je namelijk weer op 0. Als je nu je fiche op 0 legt, kan iedereen zien, dat je al 1 x rond het scorebord bent geweest.

De woonwijken en kantoren van 3 percelen zijn alleen in een rechte vorm aanwezig. Het was leuk geweest als deze ook in een hoekvorm beschikbaar zouden zijn.

Strategie: Ik heb het spel nog niet vaak genoeg gespeeld om een goede strategie aan te geven. In de spelregels worden al enkele tips genoemd. Er zijn echter wel een aantal punten waar je aandacht aan moet besteden. De fabrieken (tussen de kaarten van wijken 6 en 8) kunnen een beslissing in het spel forceren. Zorg dat je deze zelf in handen hebt. Heb je een perceelkaart met twee dezelfde cijfers, denk dan aan de mogelijkheid om daar ooit een kerk te bouwen. Met trams kun je ook een gebied doorkruisen, waar tegenstanders mogelijk een warenhuis kunnen gaan bouwen. Begin al vroeg in het spel met het verzamelen van kaarten van een wijk die nog niet is aangelegd. Als deze wijk dan in het spel komt, heb je daar meteen de macht in handen. Let goed op in welke wijken spelers kaarten wegleggen, want dit zijn meestal waardeloze kaarten en die wil je zelf natuurlijk niet hebben.

 

Links:

Naar overzicht van spelbeschrijvingen

 

by Ronald Hoekstra - 2004

Met dank aan Enrico voor het bijwerken van de pagina en de afbeeldingen